Regio, 11 augustus 2009
De vele wandelaars en fietsers die deze zomerweken de polders doorkruisen, zullen zich er vermoedelijk niet druk om maken. Maar het onschuldige beeld van talrijke slootjes, grazende koeien en dijken wordt bedreigd door bodemdaling en klimaatverandering.
Volgens Mike Heijnen en Elke Kunen van de Dienst Landelijke Gebied (DLG) wordt, als er niets gebeurt, landbouw steeds moeilijker en stijgt de kans op overstromingen,
Het rijksbesluit eerder deze maand om 113 miljoen euro uit te trekken voor het Groene Hart, is als historisch te betitelen. De miljoenen zijn hard nodig om het kenmerkende landschap met natuur, boerenland en water te behouden.
DLG, agentschap van het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV), heeft een plan opgesteld voor de zogenoemde westelijke veenweiden. Het grootste deel ligt in het Groene Hart, de rest in Laag-Holland, dat ten Noorden van Amsterdam ligt. Beiden gebieden hebben de beschermde status van Nationaal Landschap.
De kern van de aanpak is om zoveel mogelijk van het cultuurhistorische landschap te behouden. Hoewel er de komende jaren honderden miljoenen in het Groene Hart worden besteed, is het dus de bedoeling dat de inwoners er zo weinig mogelijk van gaan merken.
De bodemdaling, die veroorzaakt wordt door oxidatie van de veenbodem, is een van de grootste problemen. Hierdoor komt onder meer steeds meer brak water vanuit de bodem naar de oppervlakte, wat funest is voor de landbouw. De kosten van het wegpompen van dit water loopt jaarlijks in de miljoenen.
Per gebied wordt in het Groene Hart bekeken wat de beste oplossing is. Er zijn verschillende mogelijkheden. Met flexibel waterpeilbeheer kun je inspelen op de actuele situatie. Als het nu droog is in de zomer, moet er relatief vuil water uit het IJsselmeer het Groene Hart in worden gelaten. Een andere optie is het werken met onderwaterdrainage, waar in Zegveld een proef mee loopt. De eerste resultaten zijn positief zodat dit wellicht op grotere schaal gebruikt kan worden.
Ook het 'schuiven' met bestaande natuur en landbouw helpt, blijkt uit ervaringen in de Krimpenerwaard. De (moeras)natuur komt in sommige gevallen op het lage gedeelte, de landbouw verhuist dan naar de hogere plek waar het beter boeren is.
De kunst is volgens de DLG om de verschillende oplossingen zo slim mogelijk toe te passen, zodat het landschap er niet rigoureus anders uit komt te zien. Naast eerdere afspraken over de aanleg van nieuwe natuur dwars door Nederland, de ecologische hoofdstructuur, verandert er weinig in de verhouding tussen landbouw en natuur.
Door eerdere toezeggingen is het te besteden bedrag in de veenweiden nu ruim 500 miljoen euro. Het uittrekken van de 113 miljoen euro door het rijk zou je een historisch besluit kunnen noemen. Het geld moet zo snel mogelijk besteed worden. Voor 2014 wordt het uitgegeven.
Dit artikel is overgenomen uit AD Groene Hart. Onze redactie is niet verantwoordelijk voor de inhoud.
Reacties
Er zijn nog geen reacties.