Rijnwoude, 1 september 2006
Rijnwoude is voor de tweede keer als duurste uit de bus gekomen bij een steekproef rond bouwleges.
De Vereniging Eigen Huis doet elk jaar onderzoek onder 40 gemeenten om de verschillen in bouwleges, de belasting op bouwvergunningen, boven water te krijgen.
Wie in Rijnwoude vergunning vraagt voor een dakkapel van 10.000 euro, moet 479 euro aan de gemeente betalen. Gemiddeld in de onderzochte 40 gemeenten is dat 220 euro. Leiden is met 224 euro een ’gemiddelde’ gemeente, Leidschendam-Voorburg mag met 182 euro goedkoop worden genoemd. Eigen Huis vindt die grote verschillen onacceptabel. Gemeenten moeten duidelijk maken hoe zij de prijs vaststellen.
Rijnwoude heeft na de steekproef van 2005 al onderzoek gedaan. Volgens de accountant van destijds bleek dat Rijnwoude de kosten voor een vergunning op de goede manier berekent.
Een verschil met veel andere gemeenten is dat Rijnwoude alles naar rato meerekent in de bouwleges. Zo loopt niet alleen de teller voor het aantal uren dat een ambtenaar met de aanvraag bezig is. Ook rekent de gemeente de kosten van de leiding (overhead), ict en huisvesting mee.
Die werkwijze voorkomt volgens wethouder Van Velzen dat alle burgers indirect meebetalen aan de vergunning van individuele burgers en bedrijven.
Dit artikel is overgenomen uit AD Groene Hart. Onze redactie is niet verantwoordelijk voor de inhoud.
Reacties
Er zijn nog geen reacties.