Regio, 15 februari 2006
De vier grote steden willen een bescheiden bijdrage leveren aan de inrichting van het Groene Hart als nationaal landschap.
Den Haag, Rotterdam, Amsterdam en Utrecht zijn bereid mee te doen met projecten met als doel het gebied beter toegankelijk te maken voor recreanten. Veel enthousiasme om financieel bij te dragen is er echter niet.
Dit zegt de Zuid-Hollandse gedeputeerde Dwarshuis. Ze is voorzitter van de stuurgroep waarin Zuid-Holland, Noord-Holland en Utrecht samenwerken om het Groene Hart nieuwe impulsen te geven.
De plannen hebben ingrijpende gevolgen voor de bewoners en veroorzaakten de afgelopen maanden veel onrust, met name onder boeren. In grote delen van het Groene Hart zal de landbouw een stap terug moeten doen ten faveure van natuur en recreatie. Dat geldt onder meer voor de Krimpenerwaard en de veeweidepolders tussen Woerden en De Ronde Venen.
Gisteren overlegden de provincies niet alleen met de grote steden, maar ook met minister Veerman van LNV. Duidelijk werd dat de komende vijf tot zeven jaar honderden miljoenen euro’s nodig zijn. Dat geld kan komen uit Europese fondsen en aardgasopbrengsten. Het Groene Hart zelf zal echter ook een deel moeten betalen, stelt Veerman.
Dwarshuis waarschuwt van haar kant dat als het rijk niet voldoende bijdraagt, de provincies hun opdracht om van het Groene Hart een ’mooi en vitaal nationaal landschap’ te maken, teruggeven.
Voor de zomervakantie van dit jaar moet er duidelijkheid zijn over de uitvoering en financiering van de plannen.
Dit artikel is overgenomen uit AD Groene Hart. Onze redactie is niet verantwoordelijk voor de inhoud.
Reacties
Er zijn nog geen reacties.